(Op een feest met muziek en een dansvloer.)
We gaan vanavond naar een groot dansfeest in de stad.
Het dansfeest duurde door tot diep in de nacht.
Het dansfeest begint om negen uur.
Mijn zus organiseert elk jaar een dansfeest voor haar verjaardag.
Gisteren was er een dansfeest in het dorpshuis.
We hebben op het dansfeest veel nieuwe mensen ontmoet.
Ga je mee naar dat dansfeest zaterdag?
De kinderen genoten van het kleine dansfeestje op school.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.