NEDERLANDS
🇬🇧

Dichtmaken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'dichtmaken' betekent iets sluiten of afsluiten, vaak fysiek, zoals een deur, raam, of verpakking. Het is een scheidbaar werkwoord, wat betekent dat het voorvoegsel 'dicht-' in sommige vormen van het werkwoord gescheiden wordt (bijv. 'maak dicht').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Kun je de fles **dichtmaken**?

    tegenwoordige tijd, vragend

  • Hij **maakte** zijn jas **dicht** omdat het koud was.

    verleden tijd, aantonend

  • We hebben de ramen **dichtgemaakt** voordat de storm kwam.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

  • **Maak** de deur **dicht** als je binnenkomt!

    tegenwoordige tijd, gebiedend

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.