(op het werk over de hoogste baas)
De directeur houdt morgen een toespraak voor alle werknemers.
Hij is al tien jaar directeur van dit bedrijf.
De directeur is op vakantie deze week.
Onze directeur heeft gisteren een belangrijk contract getekend.
Meerdere directeuren kwamen samen voor het jaarlijkse overleg.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(op school over de hoogste leidinggevende)
De directeur van de basisschool heet meneer Jansen.
Als je te laat komt, moet je naar de directeur.
De directeur staat elke ochtend bij de poort.
Mijn zoon moest vandaag bij de directeur komen omdat hij had gevochten.
(bij een museum, ziekenhuis of overheidsdienst)
De nieuwe directeur van het museum wil meer jonge bezoekers trekken.
Zij werd vorig jaar benoemd tot directeur van het ziekenhuis.
De directeur van het theater opende het nieuwe seizoen met een speech.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.