(vertellen dat je iets of iemand geweldig vindt)
Ik ben dol op aardbeien met slagroom.
Mijn oma is dol op haar kleinkinderen.
Hij is dol op voetbal.
Ze is helemaal dol op haar nieuwe puppy.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(klagen dat iets je tot waanzin drijft)
Ik word dol van dat harde geluid hiernaast.
Het lange wachten maakt iedereen helemaal dol.
Ik word dol van die piepende deur.
(een feest of moment van uitbundige vreugde beschrijven)
De kinderen hadden dolle pret in het zwembad.
Het publiek werd dol van enthousiasme na de winst.
We beleefden dolle dagen tijdens carnaval.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.