(wanneer je een datum of dag van de week noemt)
Volgende week donderdag hebben we een vergadering op kantoor.
Op donderdag is de markt altijd heel druk in het centrum.
Donderdag komt mijn moeder op bezoek.
We spraken af om volgende donderdag samen te eten bij het nieuwe restaurant.
Vorige donderdag was ik naar de tandarts geweest, dus ik kon niet komen werken.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(bij het plannen van afspraken of activiteiten)
Ik heb een drukke donderdag gehad vol vergaderingen en telefoontjes.
De donderdagen in maart zijn bij ons altijd gereserveerd voor training.
Ik heb alle donderdagen in mei vrij gehouden voor je.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.