(wanneer je aangeeft wanneer iets gebeurt)
Ik ga donderdag naar de kapper voor een nieuwe coupe.
Donderdag begint de vakantie en dan rijden we naar Frankrijk.
Donderdag kom ik bij je langs.
We vertrekken donderdag heel vroeg om de file voor te zijn.
Donderdag heb ik een belangrijke presentatie voor de hele directie.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.