NEDERLANDS
🇬🇧

Dopen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'dopen' kan zowel letterlijk (iemand onderdompelen in water als ritueel) als figuurlijk (een naam geven aan iets) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • De pastoor doopt het kind in de kerk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij hebben de boot gisteren gedoopt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Doop het broodje maar in de soep.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij de baby dope, zal de ceremonie beginnen.

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.