(dagelijkse hygiëne)
Ik douche meestal 's ochtends, voor het ontbijt.
Na de training ga ik eerst even douchen.
Ik douche.
Hij doucht elke ochtend voordat hij naar kantoor gaat.
We douchten gisteren in een bijzonder klein hotelkamertje.
Ik heb vanmorgen snel gedoucht omdat ik laat was.
Douch je nog of ga je meteen naar bed?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(verzorging, sport)
Ze douchte haar zoontje na een lange dag op het strand.
De kampioenen werden na de wedstrijd met champagne gedoucht.
De moeder doucht haar dochtertje voor het slapengaan.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.