Verb
1
Complex
Future Tense
Interrogative
Simple
Past Tense
Imperative
Compound
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Een lerares legt een woord uit aan studenten in een vrolijke klaslokaalomgeving met een sneeuwlandschap buiten.
Lerares legt betekenis van een woord uit in een winterse klas
Een lerares legt een woord uit aan studenten in een vrolijke klaslokaalomgeving met een sneeuwlandschap buiten.
2
Complex
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Idiomatic
Een jonge vrouw wijst enthousiast naar een gedetailleerde kaart die door vrienden wordt vastgehouden in een sneeuwlandschap met skaters en spelende kinderen.
Winterlandschap met vrienden die een kaart aanwijzen
Een jonge vrouw wijst enthousiast naar een gedetailleerde kaart die door vrienden wordt vastgehouden in een sneeuwlandschap met skaters en spelende kinderen.
3
Compound
Past Tense
Complex
Future Tense
Simple
Present Tense
Past Tense
Simple
Present Tense
Declarative
Imperative
Complex
Declarative
Imperative
Complex
Interrogative
Interrogative
Compound
Future Tense
Simple
Related Word
Interrogative
Compound
Synonym
Antropoloog voor een tribale dorpsscène met monumentale architectuur, boek in hand met illustraties van tribale gebruiken.
Antropoloog in tribale omgeving met culturele interpretatie
Antropoloog voor een tribale dorpsscène met monumentale architectuur, boek in hand met illustraties van tribale gebruiken.