NEDERLANDS
🇬🇧

Duwen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'duwen' beschrijft een fysieke actie waarbij kracht wordt uitgeoefend om iets of iemand in een bepaalde richting te bewegen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in uitdrukkingen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Examples

  • Ik **duw** de deur open omdat mijn handen vol zijn.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Duw** niet zo hard, je doet me pijn!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij **duwde** de fiets de berg op, hoewel het heel zwaar was.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de auto samen **geduwd** toen hij niet wilde starten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is noodzakelijk dat jullie **duwen** om de kast te verplaatsen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.