Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'duwen' beschrijft een fysieke actie waarbij kracht wordt uitgeoefend om iets of iemand in een bepaalde richting te bewegen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in uitdrukkingen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Examples
Ik **duw** de deur open omdat mijn handen vol zijn.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Duw** niet zo hard, je doet me pijn!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij **duwde** de fiets de berg op, hoewel het heel zwaar was.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de auto samen **geduwd** toen hij niet wilde starten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is noodzakelijk dat jullie **duwen** om de kast te verplaatsen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.