(Een persoon die een onverstandige keuze maakt of zich gek gedraagt.)
Alleen een dwaas zou zijn geld aan zo'n project geven.
De dwazen die hem geloofden, raakten al hun spaargeld kwijt.
Ik ben een dwaas geweest om hem te vertrouwen.
Hij voelde zich een dwaas toen hij zijn fout besefte.
Wees geen dwaas en denk eerst goed na.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.