(Een keuze of gedraging die niet verstandig is.)
Het was dwaas om zonder jas naar buiten te gaan.
Ik vind het een dwaas plan om nu een huis te kopen.
Dat is een dwaas idee.
Hij heeft een dwaze beslissing genomen die hem veel geld heeft gekost.
Het zou dwaas zijn om zo'n kans te laten lopen.
(Iets of iemand dat er gek of onnozel uitziet.)
Met die hoed op zag hij er nogal dwaas uit.
Ze maakte een dwaze opmerking waar iedereen om moest lachen.
Wat een dwaze hoed!
Hij keek haar dwaas aan toen ze de vraag stelde.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.