Attributive forms
Als je 'dwaas' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'dwaze'. Bijvoorbeeld: 'de dwaze jongen' of 'een dwaze fout'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je soms 'dwaas', zoals in 'dwaas gedrag'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'dwaas'. Bijvoorbeeld: 'Dat is dwaas' of 'Het lijkt dwaas'.
Comparative
Om te zeggen dat iets dwazer is dan iets anders, gebruik je 'dwazer'. Bijvoorbeeld: 'Dit is dwazer dan gisteren'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'dwazere', zoals in 'een dwazere keuze'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
De overtreffende trap gebruik je om te zeggen dat iets het dwaast is. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'dwaaste', zoals in 'de dwaaste beslissing'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'dwaast', bijvoorbeeld: 'Dit is het dwaast'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:De overtreffende trap 'dwaast' wordt zelden gebruikt in de spreektaal; vaak wordt 'het meest dwaas' gezegd.
- usage:'Dwaas' wordt vaak gebruikt om gedrag of ideeën te beschrijven die onverstandig of onlogisch zijn.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.