Adjective

Attributive Forms

Als je zegt 'de dwarse kat' of 'een dwarse man', gebruik je 'dwarse' vóór het zelfstandig naamwoord.

With Definite Article
de dwarse
"De dwarse kat kijkt niet naar mij."
With Indefinite Article
een dwarse
"Een dwarse persoon doet vaak het tegenovergestelde."
Without Article
dwars
"Hij is soms gewoon dwars."

Predicative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'dwars': De man is dwars.

dwars
"Hij is dwars vandaag."

Comparative

Bij de vergrotende trap gebruik je 'dwarser' om te zeggen dat iemand meer dwars is dan iemand anders. Bijvoorbeeld, 'Hij is dwarser dan zijn zus.'

Base Form
dwarser
"Zij is dwarser dan haar broer."
With "dan"
dwarser
"Hij is dwarser dan voorheen."

Superlative

Bij de overtreffende trap gebruik je 'dwarste' om te zeggen dat iemand de meest dwars is. Bijvoorbeeld, 'Zij is de dwarste van allemaal.'

Attributive
de dwarste
"Hij is de dwarste in de klas."
Predicative
dwarst
"Zij is het dwarst vandaag."

Important Notes

  • usage:Het woord 'dwars' wordt gebruikt om een persoon te beschrijven die tegen de normale regels in gaat.

This dictionary is AI-generated — the only complete Dutch learner's dictionary of its kind. I'm currently updating to the latest AI models, so you may spot the occasional mistake. If something looks off, trust your instincts.