🇬🇧

Eenvoudig

1
Simple
Past Tense
Interrogative
Complex
Present Tense
Declarative
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Een blije, oudere vrouw leert kinderen hoe ze samen een eenvoudige cake kunnen bakken in een nostalgische keuken.
2
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Complex
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Idiomatic
Een gezellige kamer met minimalistisch en charmant ontwerp, inclusief een stijlvolle houten stoel en warme verlichting.
3
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Context & Scenario
Related Word
Simple
Future Tense
Interrogative
Synonym
Idiomatic
Compound
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Pittoresk landschap met een enkele huis in een uitgestrekt veld, onder dramatische wolken
4
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Complex
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Idiomatic
Een vrouw met een onopgesmukte houding, zittend op een houten bank in een zonovergoten park, omringd door groen en spelende kinderen.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.