(wanneer iemand open en oprecht iets vertelt)
Mijn broer is altijd eerlijk tegen zijn ouders.
Geef me eens een eerlijk antwoord: vind je het echt mooi?
Hij is een eerlijke man die nooit liegt.
Wees eerlijk tegen jezelf over wat je echt wilt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(wanneer iets rechtvaardig verdeeld of geregeld is)
Dat is niet eerlijk, zij heeft een groter stuk taart gekregen.
We proberen een eerlijke oplossing te vinden voor alle medewerkers.
De rechter zorgt voor een eerlijk proces.
De kinderen willen dat het spel eerlijk verloopt.
(wanneer je openhartig je mening of gevoel toegeeft)
Eerlijk gezegd vind ik die film behoorlijk saai.
Ik wist het eerlijk waar niet, anders had ik je gebeld.
Eerlijk waar, ik heb er niets mee te maken.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.