(iets stopt op een bepaald moment)
De film eindigt om tien uur 's avonds.
De vergadering is al geëindigd.
De les eindigt over vijf minuten.
De zomer eindigde met een flinke storm.
(resultaat van een wedstrijd of competitie)
Zij eindigde als tweede bij de marathon.
Ons team eindigde dit seizoen onderaan de ranglijst.
Nederland is als derde geëindigd op het toernooi.
(een toespraak, brief of betoog afsluiten)
Hij eindigde zijn toespraak met een grappige anekdote.
Ik eindig deze brief met vriendelijke groeten.
De directeur eindigde de bijeenkomst met een bedankje aan het team.
(onverwacht resultaat of eindbestemming)
Na het ongeluk eindigde hij in het ziekenhuis.
Veel ideeën eindigen in de prullenbak.
Als je zo doorgaat, eindig je nog in de problemen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.