(thuis of op het werk apparaten en lampen gebruiken)
Zonder elektriciteit doet de koelkast het niet.
De lamp brandt op elektriciteit uit het stopcontact.
De elektriciteit valt soms uit bij een zware storm.
Veel treinen rijden tegenwoordig op elektriciteit in plaats van diesel.
De zonnepanelen op het dak wekken genoeg elektriciteit op voor het hele huis.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(rekeningen en contracten met een energiebedrijf)
De elektriciteit is deze maand weer duurder geworden.
Wij betalen voor onze elektriciteit bij een groene leverancier.
We hebben vorige week een nieuw contract voor elektriciteit afgesloten.
De prijs van elektriciteit is de afgelopen jaren flink gestegen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.