NEDERLANDS
🇬🇧

Email

hetCommon nounA2

Singular forms

'Email' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het hebt over één bericht. Bijvoorbeeld: 'Ik schrijf een email'.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

'Emails' wordt gebruikt als je het over meerdere berichten hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik krijg veel emails per dag'.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het verkleinwoord 'emailtje' wordt vaak gebruikt om iets informeel of vriendelijk te laten klinken. Het kan ook een gevoel van minder belangrijkheid uitdrukken.

informeel

Common compounds

  • emailadres

    Het adres waar je emails naartoe stuurt.

  • emailaccount

    Een account waarmee je emails kunt versturen en ontvangen.

  • emailbericht

    De inhoud van een email.

  • spamemail

    Ongewenste emails, vaak reclame.

Common word combinations

  • sturen

    Het werkwoord 'sturen' wordt vaak gebruikt met 'email' om aan te geven dat je een bericht verzendt.

  • ontvangen

    Het werkwoord 'ontvangen' wordt gebruikt om aan te geven dat je een email hebt gekregen.

  • beantwoorden

    Het werkwoord 'beantwoorden' wordt gebruikt om aan te geven dat je reageert op een email.

  • versturen

    Het werkwoord 'versturen' is een synoniem van 'sturen' en wordt ook vaak gebruikt met 'email'.

Important notes

  • usage:'Email' kan zowel tellbaar als ontelbaar zijn. In de betekenis van 'elektronische post' is het vaak ontelbaar (bijv. 'Ik heb veel email'). Als het gaat om individuele berichten, is het tellbaar (bijv. 'Ik heb drie emails ontvangen').
  • irregular:Het meervoud 'emails' wordt soms ook als 'e-mails' geschreven, maar 'emails' is gebruikelijker.
  • register:In formele contexten wordt soms het woord 'e-mail' (met streepje) gebruikt, maar 'email' (zonder streepje) is gebruikelijker in het dagelijks Nederlands.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.