(Een plaats of positie aanduiden achter een eerder genoemd voorwerp of persoon)
We hebben een groot huis met een mooie tuin erachter.
Het kasteel is indrukwekkend en erachter bevindt zich een uitgestrekt park.
De kerk staat aan het plein en erachter loopt een smal straatje.
Op het station staat een groot fietsenrek en erachter kun je je auto parkeren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Een feit of waarheid ontdekken na onderzoek of na verloop van tijd)
Ik kwam erachter dat hij tegen me gelogen had.
Hoe ben je erachter gekomen dat ze verhuisd waren?
Na een lang gesprek kwam ze erachter waarom hij zo stil was geweest.
Hij is er nog niet achter gekomen dat zijn wachtwoord al was gewijzigd.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.