(Prijzen, betalen en geld in Nederland en Europa.)
In Nederland betaal je met de euro.
Het brood kost twee euro vijftig.
De euro is ingevoerd in 2002.
Mijn nieuwe jas heeft honderdvijftig euro gekost.
De koers van de euro is gisteren licht gedaald ten opzichte van de dollar.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Los geld in je portemonnee of zak.)
Heb je een euro voor me, dan kan ik een winkelwagentje pakken.
Ik vond een euro op straat.
Ik heb nog een paar euro's in mijn jaszak zitten.
Mijn oma gaf mijn zoontje een eurootje voor in zijn spaarpot.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.