Adjective

Attributive Forms

💡Als je zegt 'de fijne boek' of 'een fijne dag', gebruik je 'fijne' vóór het zelfstandig naamwoord.

With Definite Article
de fijne
"De fijne cadeau was een grote verrassing."
With Indefinite Article
een fijne
"Ik heb een fijne dag gehad."
Without Article
fijn
"Het is fijn weer vandaag."

Predicative Form

💡Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'fijn': De bloemen zijn fijn.

fijn
"De bloemen zijn fijn."

Comparative

💡Als je iets vergelijkt, zoals 'fijner', gebruik je 'fijner' na 'dan': Dit boek is fijner dan dat boek.

Base Form
fijner
"Dit boek is fijner dan dat boek."
With "dan"
fijner
"Hij vindt chocolade fijner dan vanille."

Superlative

💡Bij de superlative gebruik je 'fijnste': Dit is de fijnste reis die ik heb gemaakt.

Attributive
de fijnste
"Dat is de fijnste stoel in het huis."
Predicative
fijnst
"Deze traktatie is het fijnst van allemaal."

Important Notes

  • usage:Het woord 'fijn' beschrijft iets positiefs, zoals comfort of kwaliteit. Het kan ook betekenen dat iets prettig aanvoelt.