NEDERLANDS
🇬🇧

Fit

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'fit' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, voeg je meestal een '-e' toe. Bijvoorbeeld: 'de fitte sporter' of 'een fitte vrouw'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je soms alleen 'fit', zoals in 'fit voelen'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'voelen' gebruik je altijd 'fit' zonder '-e'. Bijvoorbeeld: 'Hij is fit' of 'Zij voelt zich fit'.

Comparative

Om te zeggen dat iemand fitter is dan iemand anders, gebruik je 'fitter'. Voor een zelfstandig naamwoord voeg je '-e' toe: 'een fittere sporter'. Bijvoorbeeld: 'Zij is fitter dan haar zus'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de hoogste graad van 'fit' gebruik je 'fitst' of 'fitste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'fitst': 'Hij is het fitst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'fitste': 'de fitste sporter'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Fit' wordt vaak gebruikt om een goede lichamelijke conditie aan te geven. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De economie is fit'.
  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'fit' een extra '-t' of '-st' achter de stam, maar de uitspraak verandert niet veel.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.