(iets dat aanzienlijk of behoorlijk veel is)
Ik heb een flink stuk taart op mijn bord gekregen.
Het heeft vannacht flink geregend in het hele land.
Er staat een flinke wind vandaag.
We hebben flink gelachen om zijn grappen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand aanmoedigen om sterk te zijn)
Wees flink, het prikje doet maar heel even pijn.
Ze bleef flink toen ze het slechte nieuws hoorde.
Kom op, wees nou eens flink en stop met huilen.
(iemand met een sterke lichaamsbouw)
Hij is een flinke vent geworden sinds hij sport.
Wat een flinke baby, hij weegt al bijna vijf kilo.
De nieuwe leerling is groot en flink voor zijn leeftijd.
(iemand die zaken aanpakt)
Onze nieuwe collega is een flinke meid die alles snel oppakt.
Pak het flink aan, dan ben je er zo mee klaar.
Wat een flinke moeder ben jij, je regelt alles tegelijk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.