NEDERLANDS
🇬🇧

Fronsen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'fronsen' wordt vaak gebruikt om een uitdrukking van verwarring, concentratie of ongenoegen aan te geven door de wenkbrauwen samen te trekken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik frons vaak als ik iets niet begrijp.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij fronste toen ze de prijs zag.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele tijd gefronst tijdens de film.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Frons niet zo naar me!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.