Gaan
Verbzich van de ene plaats naar de andere begeven
(iemand gaat naar school)
Elke ochtend ga ik te voet naar mijn werk.
Ze ging naar de winkel om brood te kopen.
- Compound
Ik fiets naar school, maar als het regent ga ik met de bus.
- Future Tense
Morgen zal ik met de trein naar school reizen.
- Imperative
Vergeet niet naar school te gaan!
- Simple
We verplaatsen ons dagelijks naar school, want onderwijs is belangrijk.
- Synonym
Ik neem de fiets naar school, want dat is handiger dan lopen.
- Complex
Hoewel ik liever fiets, ga ik met de auto naar school als het slecht weer is.
- Past Tense
Gisteren liep ik naar school.
- Interrogative
Ga je vandaag lopend naar school?
- Related Word
De leraar moet van lokaal verplaatsen voor zijn volgende les.
- Idiomatic
Ik kan niet stilzitten, ik verplaats me net als een kip zonder kop.
- Simple
Ik fiets elke dag naar school.
- Present Tense
Hij gaat elke ochtend naar school.
- Declarative
Ik ga elke dag naar school.
- Simple
Na het ontbijt ga ik naar school.
- Simple
Met mijn vrienden fiets ik samen naar school.
zich verplaatsen naar een andere plaats
(iemand gaat naar school)
Ik ga elke ochtend naar mijn werk met de fiets.
Zij gaan op vakantie naar Frankrijk.
- Complex
Complex Sentence: "Ik verplaats me elke ochtend naar school, hoewel ik liever thuis zou blijven."
- Future Tense
Future Tense: "Morgen zal ik me naar een nieuwe school verplaatsen."
- Interrogative
Interrogative: "Verplaats jij je ook naar school met de trein?"
- Context & Scenario
Social Situations: "We verplaatsen ons na de film naar een gezellig café."
- Idiomatic
"Met de benenwagen verplaats ik me naar school, wanneer mijn fiets kapot is."
- Compound
Compound Sentence: "Ik ga naar school, en mijn broer verplaatst zich naar zijn werk."
- Past Tense
Past Tense: "Gisteren verplaatste ik me naar school met de bus."
- Imperative
Imperative: "Verplaats je snel naar school, anders kom je te laat!"
- Context & Scenario
Work/School: "Om op tijd te zijn voor de vergadering, moet ik me eerder verplaatsen."
- Related Word
Related Word: "Zij verplaatst zich snel naar haar werkplek."
- Simple
Simple Sentence: "Ik verplaats me naar school."
- Present Tense
Present Tense: "Ik verplaats me dagelijks naar school."
- Declarative
Declarative: "Ik verplaats me naar school met de fiets."
- Context & Scenario
Everyday Life: "Wanneer het regent, verplaats ik me naar school met de bus."
- Synonym
Synonym: "Elke ochtend verhuis ik naar school."
de toestand of conditie van iemand zijn
(Het gaat (goed) met iemand)
Hoe gaat het met je vandaag?
Met de zaken gaat het momenteel erg goed.
- Compound
De toestand van de patiënt is stabiel, maar hij moet nog wel rusten.
- Simple
De toestand van de patiënt is stabiel.
- Present Tense
Zijn huidige toestand is een beetje zorgwekkend.
- Declarative
De toestand van de economie is hoopgevend.
- Context & Scenario
De toestand van mijn planten is redelijk goed na de regen.
- Synonym
De conditie van mijn fiets is uitstekend.
- Complex
Hoewel de toestand van de patiënt stabiel is, zijn er nog zorgen over zijn herstel.
- Past Tense
Gisteren was zijn toestand aanzienlijk verbeterd.
- Interrogative
Hoe is de toestand op je werk momenteel?
- Context & Scenario
De toestand van het project op school vraagt om aandacht.
- Related Word
Zijn welzijn hangt af van de medische toestand.
- Future Tense
Morgen zal de arts de toestand opnieuw beoordelen.
- Imperative
Beoordeel de toestand van de voorraad snel.
- Context & Scenario
In sociale situaties is de wisselende toestand van de groep merkbaar.
- Idiomatic
Zijn toestand heeft veel voeten in de aarde gehad.
in werking treden, beginnen
(iets gaat aan)
Het licht gaat automatisch aan als het donker wordt.
De uitzending gaat om acht uur van start.
- Complex
Wanneer het vuurwerk begint, kijken de kinderen vol verwachting naar de lucht.
- Present Tense
Het concert begint nu.
- Declarative
De school begint over een uur.
- Interrogative
Ik begin mijn dag met een kop thee.
- Synonym
De show vangt om zes uur aan.
- Compound
De motor start langzaam, maar de auto rijdt soepel.
- Future Tense
De cursus zal morgen beginnen.
- Interrogative
Begint de les om acht uur?
- Declarative
De werkdag begint altijd vroeg op kantoor.
- Related Word
Het starten van het project werd uitgesteld.
- Simple
De vergadering begint om negen uur.
- Past Tense
De film begon drie uur geleden.
- Imperative
Begin met je huiswerk!
- Complex
Ze beginnen het feest met een toost.
- Idiomatic
Begint het nieuwe jaar met een knal!
klaar zijn voor de toekomst; beginnen te gebeuren
(iets gaat gebeuren)
De voorstelling gaat zo beginnen.
Het gaat regenen volgens de weersvoorspelling.
- Simple
De les begint over tien minuten.
- Past Tense
De film begon om zeven uur gisterenavond.
- Interrogative
Wanneer begint de vakantie?
- Context & Scenario
Het project begint zodra het budget is goedgekeurd.
- Related Word
De aanvang van de tentoonstelling is om vijf uur.
- Complex
Ondanks het slechte weer, begint de marathon zoals gepland.
- Future Tense
De cursus zal volgende week beginnen.
- Declarative
Het nieuwe schooljaar begint in september.
- Context & Scenario
Elke ochtend beginnen we de dag met een kopje koffie.
- Context & Scenario
Het feestje begint zodra iedereen er is.
- Idiomatic
We zijn met een schone lei begonnen aan het nieuwe jaar.
- Compound
Het concert begint om acht uur, maar we moeten er eerder zijn voor een goede plek.
- Present Tense
De vergadering begint nu.
- Imperative
Begin nu met de opdracht!
- Synonym
De film start binnen enkele ogenblikken.
<van tijd> verstrijken
(de tijd gaat snel)
De vakantie ging veel te snel voorbij.
De minuten gaan langzaam tijdens het wachten.
- Simple
De tijd vliegt als je plezier hebt.
- Past Tense
Gisteren ging de tijd zo snel tijdens de reünie.
- Interrogative
Waarom gaat de tijd zo snel als je het naar je zin hebt?
- Complex
We krijgen nog een kans om samen te komen voordat dit moment voorbij is.
- Compound
Tijd vliegt als je op een verjaardag van een vriend bent.
- Idiomatic
De minuten tikken weg terwijl we genieten van koffie en gezelligheid.
- Compound
De tijd gaat snel, en voor je het weet is de dag voorbij.
- Present Tense
De herfst begint en de dagen gaan sneller voorbij.
- Declarative
De tijd vliegt wanneer je druk bezig bent.
- Synonym
Na een lange dag leek de avond voorbij te zijn gevlogen.
- Complex
Het studentenleven gaat snel voorbij als je je examens voorbereidt.
- Complex
Met een onderwijsachtergrond kan je tijd snel gaan tijdens een drukke schooldag.
- Complex
Terwijl de tijd snel verstreek, realiseerden ze zich dat ze nog veel werk moesten doen.
- Future Tense
Volgende week zal de tijd voorbij vliegen tijdens het festival.
- Imperative
Geniet ervan, want de tijd gaat snel!
- Related Word
De klok bleef maar tikken, terwijl uren voorbijgingen.
- Complex
Bij bijeenkomsten met vrienden merk je bijna niet dat de uren voorbijvliegen.
- Idiomatic
De race tegen de klok maakte de vergadering hectisch.
in goede staat zijn; functioneren
(iets gaat (lekker))
Deze auto gaat nog goed na zoveel jaren.
De soep gaat erin als koek.
- Compound
De computer start snel op, dus hij functioneert goed.
- Present Tense
De machine functioneert perfect.
- Declarative
Het horloge functioneert zoals het moet.
- Context & Scenario
Bij de presentatie functioneerde de projector zonder problemen.
- Idiomatic
Het functioneert als een zonnetje!
- Simple
Het apparaat functioneert naar behoren.
- Future Tense
Het systeem zal binnenkort weer functioneren na de update.
- Imperative
Functioneer als een team!
- Context & Scenario
Op het feest functioneerde de muziek goed en hield de sfeer levendig.
- Related Word
De mechanica van dit horloge werkt uitstekend.
- Complex
Omdat de nieuwe software is geïnstalleerd, functioneert de computer nu sneller.
- Past Tense
De printer functioneerde prima vorig jaar.
- Interrogative
Functioneert de televisie nog steeds goed?
- Context & Scenario
Mijn fiets functioneert uitstekend voor mijn dagelijkse ritten.
- Synonym
Het toestel werkt uitstekend.
gepast of mogelijk zijn
(iets gaat niet)
Dat gaat zomaar niet, je moet een vergunning aanvragen.
Het gaat gewoon niet, ik heb geen tijd.
- Simple
Simple Sentence: "Dit plan past niet in mijn agenda."
- Future Tense
Future Tense: "Volgende maand zal deze afspraak niet passen."
- Declarative
Declarative: "Zonder voorbereiding past deze oplossing niet."
- Complex
Complex Sentence: "Als het budget het niet toelaat, passen extra uitgaven niet."
- Present Tense
Present Tense: "Dit voorstel past niet bij ons doel."
- Imperative
Imperative: "Controleer of de maat past!"
- Context & Scenario
Everyday Life: "Het tijdschema van de kinderen past niet bij mijn werkuren."
- Compound
Compound Sentence: "We willen op vakantie, maar het past helaas niet in ons budget."
- Past Tense
Past Tense: "De taak paste niet binnen de tijdslimiet."
- Interrogative
Interrogative: "Passen al deze plannen in één dag?"
- Context & Scenario
Work/School: "Het project past niet binnen het beschikbare budget."
- Synonym
Synonym: "De planning is niet geschikt voor mijn agenda."
- Context & Scenario
Social Situations: "Zijn stemmen passen niet bij de sfeer van het concert."
- Related Word
Related Word: "Dit idee is niet haalbaar onder de huidige omstandigheden."
- Idiomatic
Incorporating Idiomatic Expressions: "Het voorstel past als een tang op een varken."
worden, plaatsvinden op een bepaalde manier
(De wedstrijd gaat (voorspoedig))
De zaken gaan crescendo voor dat bedrijf.
De vergadering ging voorspoedig en was snel voorbij.
- Synonym
Het concert verliep vlekkeloos.
- Complex
Hoewel de voorbereiding lastig was, ging de bijeenkomst goed.
- Future Tense
Het feest zal zonder twijfel soepel verlopen.
- Declarative
Alles verliep zoals gepland.
- Related Word
De bruiloft was een succes dat plaatsvond op een zonnige dag.
- Simple
Het evenement vond plaats in het stadspark.
- Past Tense
De conferentie verliep succesvol gisteren.
- Interrogative
Verliep het concert zoals verwacht?
- Synonym
De reis verliep zonder enige onderbreking.
- Compound
Het festival was goed georganiseerd en verliep zonder problemen.
- Present Tense
De show gaat volgens plan door.
- Imperative
Laat alles volgens het draaiboek plaatsvinden!
- Idiomatic
Het project ging van een leien dakje.
kapot of verloren raken
(iets gaat stuk)
Mijn telefoon ging kapot toen hij viel.
De motor gaat wel eens stuk, maar ik kan hem herstellen.
- Complex
De auto, die onbeheerd op straat stond, is beschadigd geraakt door de storm.
- Future Tense
De gevel van het museum zal beschadigd raken als ze de reiniging niet goed uitvoeren.
- Interrogative
Is de tv beschadigd geraakt tijdens het transport?
- Related Word
Mijn fiets is beschadigd door de bouwplaats vlakbij.
- Compound
De doos is beschadigd, maar de inhoud is nog intact.
- Present Tense
Mijn fiets is beschadigd door de hagelbuien.
- Declarative
Het raam is beschadigd.
- Simple
De spiegel is beschadigd.
- Past Tense
De oude vaas raakte beschadigd tijdens de verhuizing.
- Imperative
Controleer of de verpakkingen niet beschadigd zijn!