Verb
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Examples
De zon gaat onder en de sterren verschijnen, wat er verder nog gebeuren zal is onbekend.
toekomende tijd, indicatief