Adjective
Attributive Forms
💡Als je zegt 'de gelijke antwoorden', gebruik je 'gelijke' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit betekent dat de antwoorden hetzelfde zijn.
- With Definite Article
- de gelijke
- "De gelijke antwoorden zijn goed."
- With Indefinite Article
- een gelijke
- "Het is een gelijke kans voor iedereen."
- Without Article
- gelijk
- "Zij heeft een gelijk idee."
Predicative Form
💡Na 'zijn' gebruik je altijd 'gelijk': De antwoorden zijn gelijk. Dit laat zien dat er geen verschil is.
Comparative
💡Als je 'gelijker' gebruikt, vergelijk je twee dingen: Deze sok is gelijker aan die sok. Dit betekent dat de sokken bijna hetzelfde zijn.
- Base Form
- gelijker
- "Dit is gelijker dan dat."
- With "dan"
- gelijker dan
- "Hij is gelijker dan zijn broer."
Superlative
💡Als je 'gelijkst' gebruikt, spreek je over de beste of meest gelijke in een groep: Dit is de gelijkste keuze van allemaal.
- Attributive
- gelijkst
- "Het is de gelijkste oplossing."
- Predicative
- gelijkste
- "Dit is het gelijkste antwoord."
Important Notes
- usage:'Gelijk' wordt vaak gebruikt om te zeggen dat dingen of personen hetzelfde zijn.
- spelling:Let op dat je 'gelijk' met een 'g' schrijft en niet met een 'k'.