NEDERLANDS
🇬🇧

Glijden

VerbA2

Auxiliary verb

zijn

onovergankelijk, sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd)

Het werkwoord 'glijden' beschrijft een soepele, vaak ongecontroleerde beweging over een oppervlak, zoals ijs of een gladde vloer.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • De kinderen glijden de hele middag op de glijbaan.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren gleed ik uit op het ijs en deed ik mijn arm zeer.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij is van de trap gegleden en heeft zijn been gebroken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je niet uitglijdt op deze natte vloer.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.