(Sieraden en waardevolle voorwerpen)
Ze droeg een gouden ring om haar vinger.
De kerk heeft een gouden kruis boven het altaar.
Hij kocht een gouden horloge voor zijn vrouw.
De dief stal alle gouden kettingen uit de winkel.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Kansen, tips en bijzondere gelegenheden)
Dit is een gouden kans om een nieuwe baan te vinden.
Mijn oma gaf me een gouden tip voor het examen.
Wat een gouden idee heb je daar bedacht!
De fusie biedt ons bedrijf een gouden toekomst.
(Kleur van haar, bladeren of licht)
Het kind had prachtige gouden krullen.
In de herfst kleuren de bladeren gouden en rood.
De zon gaf de velden een gouden gloed.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.