(gezellig gesprek met vrienden of collega's)
Hij vertelde een grap die iedereen aan het lachen maakte.
Ik ken nog wel een goeie grap over een Belg en een Nederlander.
Mijn opa maakt altijd flauwe grappen tijdens het eten.
De comedian wist met één grap de hele zaal in lachen te krijgen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand voor de gek houden)
Als grap hadden ze zijn fiets boven in een boom gehangen.
Het was maar een grap, hoor, niet zo boos worden.
Op 1 april hebben we een grap uitgehaald met onze leraar.
(reactie op iets ongelooflijks of onzinnigs)
Die prijs voor een kopje koffie, dat is toch een grap?
Hij neemt zijn werk niet serieus, het is één grote grap voor hem.
Serieus? Die onzinregel is toch zeker een grap.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.