Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'grijnzen' drukt vaak een brede, soms ondeugende of zelfvoldane glimlach uit. Het kan zowel positief (bijvoorbeeld van plezier) als negatief (bijvoorbeeld van spot) gebruikt worden, afhankelijk van de context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik grijns altijd als ik mijn favoriete liedje hoor.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij grijnsde naar me toen ik binnenkwam.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele dag gegrijnsd omdat hij geslaagd was.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Grijns niet zo naar mij!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel hij grijnze, wist ik dat hij niet echt blij was.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.