NEDERLANDS
🇬🇧

Grillen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'grillen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, met name buiten koken op een barbecue of grill.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik gril elke zaterdag vis in de tuin.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren kip gegrild voor het feest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Grillen jullie vaak in de zomer?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als ik tijd had, zou ik elke dag grillen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.