Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'grillen' wordt vaak geassocieerd met buiten koken, barbecueën en zomerse activiteiten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik gril vaak groenten als het mooi weer is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we vis gegrild.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Grillen jullie ook weleens in de winter?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is belangrijk dat je het vlees goed grilleert.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.