NEDERLANDS
🇬🇧

Grillen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'grillen' wordt vaak geassocieerd met buiten koken, barbecueën en zomerse activiteiten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik gril vaak groenten als het mooi weer is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren hebben we vis gegrild.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Grillen jullie ook weleens in de winter?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat je het vlees goed grilleert.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.