Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk, regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'grinniken' drukt vaak een zachte, soms stiekeme lach uit, meestal uit plezier, verlegenheid of ironie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik grinnik elke keer als ik aan die grap denk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele avond gegrinnikt om zijn verhalen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Grinnik niet zo, het is niet beleefd!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij grinnikte toen hij de verrassing zag.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.