Auxiliary verb hebben
werkwoord
geeft een ontwikkeling aan
Infinitief Planten groeien goed in de lente.
Tegenwoordig deelwoord De groeiende bomen geven veel schaduw.
De groeiende kinderen hebben vaak honger.
Voltooid deelwoord De planten zijn goed gegroeid deze zomer.
Tegenwoordige tijd ik
Ik groei snel en ben altijd bezig met leren.
jij / je, u
Jij groeit in je rol en wordt steeds beter.
hij, zij / ze, het
Zij groeit uit tot een sterke vrouw.
wij / we, jullie
Wij groeien als team door samen te werken.
Verleden tijd ik
Ik groeide op in een klein dorp.
jij / je, u
Jij groeide snel in je ontwikkeling.
hij, zij / ze, het
Hij groeide op in een liefdevol gezin.
wij / we, jullie
Wij groeiden samen op en zijn nu goede vrienden.
Aanvoegende wijs Moge jij in wijsheid groeien.
Gebiedende wijs Groei als persoon en help anderen.
Groeit in jullie samenwerking!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.