(een harde steen, een hard bed)
Deze steen is heel hard.
Het brood was al hard geworden.
Deze bank is veel te hard om op te zitten.
(hard praten, harde muziek)
Praat alsjeblieft niet zo hard.
De muziek staat veel te hard.
Zet de muziek alsjeblieft minder hard.
(hard rijden, hard lopen)
Hij rijdt altijd te hard op de snelweg.
Zij liep zo hard ze kon naar de tram.
Je mag hier niet harder dan vijftig rijden.
(een hard leven, harde woorden)
Het werk is hard en zwaar.
Ze zei harde woorden tegen haar collega.
Het was een hard jaar voor de hele familie.
(harde wind, hard werken)
Er waait vandaag een harde wind.
Wij werken hard aan het project.
Het heeft de hele nacht hard geregend.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.