Auxiliary verb
hebben
onregelmatig (sterk werkwoord)
Het werkwoord 'hardlopen' betekent snel rennen, vaak als sport of om ergens op tijd te komen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'hardlopen voor je gezondheid'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik hardloop elke dag om fit te blijven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren tien kilometer hardgelopen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Loop hard, anders mis je de trein!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als ik meer tijd had, zou ik vaker hardlopen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.