(Bij de dokter of in een gesprek over gezondheid en lichaam.)
Mijn hart klopt sneller als ik hardloop.
De dokter luisterde naar het hart van de patiënt.
Het hart pompt bloed door het lichaam.
Na de trap voel ik mijn hart bonken in mijn keel.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(In gesprekken over liefde, verdriet of diepe emoties.)
Ik hou met heel mijn hart van jou.
Haar woorden raakten hem diep in zijn hart.
Mijn hart brak toen ik het slechte nieuws hoorde.
(Bij het beschrijven van een stad, gebied of organisatie.)
Het café ligt in het hart van Amsterdam.
De vrijwilligers vormen het hart van onze vereniging.
In het hart van het bos staat een oude eik.
(Bij Valentijnsdag, kaarten of versieringen.)
Ze tekende een groot rood hart op de kaart.
Op zijn arm staat een tatoeage van een hart.
De ballonnen hadden de vorm van een hart.
(In uitdrukkingen over durf en doorzettingsvermogen.)
Hij had het hart niet om haar de waarheid te vertellen.
Met een dapper hart stapte ze het podium op.
Ze had het hart niet om haar oma teleur te stellen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.