(voor een onzijdig zelfstandig naamwoord)
Ik heb het boek gekocht dat je aanbeveelt.
Waar is het huis dat je hebt gezien?
Het boek ligt op tafel.
Ik lees het nieuwste boek van Connie Palmen.
Ze heeft het pakket gisteren opgehaald bij de buren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(terugverwijzing naar eerder gezegde)
Het was moeilijk, maar ik heb het toch gedaan.
Dat is wat ik altijd al wilde zeggen, maar het kwam er niet van.
Ik wilde langskomen, maar het lukte niet.
(vaste uitdrukking met 'het')
Het is niet mijn schuld dat het zo is.
Wat is het verschil tussen deze twee producten?
Het spijt me dat ik te laat ben.
Het rapport moet vrijdag voor vijf uur binnen zijn.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.