(beschrijving van weer, pijn of fysieke verschijnselen)
Er viel vannacht een hevige regen op het dak.
Na de val had ze hevige pijn in haar schouder.
De storm was hevig en er waaiden bomen om.
Tijdens de hevigste sneeuwbui konden we niets meer zien.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(gevoelens, discussies of reacties)
Ze voerden een hevige discussie over de nieuwe regels.
Hij was hevig verliefd op zijn buurvrouw.
Er ontstond een hevige ruzie tussen de twee broers.
De nieuwe wet leidde tot hevige protesten in het hele land.
(versterking van een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord)
De patiënt reageerde hevig op het medicijn.
Het kind huilde hevig toen zijn moeder wegging.
Hij schrok hevig van het harde geluid.
De man bloedde hevig nadat hij was gevallen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.