🇬🇧

Hij

Personal

onderwerp (subject) voor mannelijke personen/dingen in het enkelvoud

lijdend voorwerp (direct object) of meewerkend voorwerp (indirect object) voor mannelijke personen/dingen in het enkelvoud

bezittelijk voornaamwoord (possessive) voor mannelijke personen/dingen in het enkelvoud

informele vorm van 'hem', vaak gebruikt in spreektaal

Position rules

  • Onderwerp (hij) staat meestal vooraan in de zin of na de persoonsvorm.

    Als 'hij' het onderwerp is, staat het vaak op de eerste of tweede plaats in de zin.

  • Lijdend/meewerkend voorwerp (hem) staat na het werkwoord of na een voorzetsel.

    Het voornaamwoord 'hem' komt na het werkwoord of na een voorzetsel zoals 'aan', 'voor', etc.

  • In vraagzinnen komt het onderwerp (hij) na de persoonsvorm.

    In vragen staat de persoonsvorm vooraan, gevolgd door 'hij'.

Important notes

  • usage:'Hij' wordt gebruikt voor mannelijke personen, dieren of dingen waarnaar met 'hij' wordt verwezen (bijv. 'de zon' → 'hij schijnt').
  • informal:'m' is een informele, verkorte vorm van 'hem' en wordt vooral in spreektaal gebruikt. In formele teksten of gesprekken gebruik je 'hem'.
  • formal:In formele situaties vermijd je verkorte vormen zoals 'm'. Gebruik altijd 'hem'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.