Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'hoepelen' verwijst specifiek naar het spelen of sporten met een hoepel. Het wordt vaak gebruikt in informele, speelse of sportieve contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik hoepel elke ochtend om fit te blijven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen ik klein was, hoepelde ik urenlang in de tuin.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je ooit gehoepeld met een lichtgevende hoepel?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hoepel jij maar vast, dan doe ik mee als ik klaar ben.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.