NEDERLANDS
🇬🇧

Hoepelen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'hoepelen' verwijst specifiek naar het spelen of sporten met een hoepel. Het wordt vaak gebruikt in informele, speelse of sportieve contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik hoepel elke ochtend om fit te blijven.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Toen ik klein was, hoepelde ik urenlang in de tuin.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit gehoepeld met een lichtgevende hoepel?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hoepel jij maar vast, dan doe ik mee als ik klaar ben.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.