Hopen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'hopen' drukt een wens of verwachting uit voor een toekomstige gebeurtenis of situatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik hoop dat je morgen kunt komen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij hoopten op een betere reactie van de klant.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je gehoopt dat het zou lukken?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hoop maar dat alles goed komt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Men hope dat de crisis snel voorbij is.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.