Singular forms
Het woord 'huiseigenaar' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één persoon hebt die een huis bezit. Het is een samenstelling van 'huis' en 'eigenaar'.
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
De meervoudsvorm is 'huiseigenaren'. Deze vorm gebruik je als je het over meerdere personen hebt die een huis bezitten.
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Het diminutief wordt zelden gebruikt en klinkt informeel of soms een beetje neerbuigend. Het kan ook een gevoel van vertedering of ironie uitdrukken.
informeel
Common compounds
verhuurder-huiseigenaar
Iemand die een huis bezit en verhuurt, vaak gebruikt in juridische of formele contexten.
huiseigenaar-vereniging
Een organisatie van huiseigenaren, vaak in een appartementencomplex of wijk.
huiseigenaarschap
De status of het bezit van een huis.
Common word combinations
huurcontract
Een huiseigenaar werkt vaak met een huurcontract om afspraken met huurders vast te leggen.
onderhoud
Huiseigenaren moeten regelmatig onderhoud plegen aan hun woning(en).
huurprijs
De huurprijs is een belangrijk onderwerp tussen huiseigenaar en huurder.
makelaar
Huiseigenaren werken vaak samen met een makelaar bij verkoop of verhuur.
Important notes
- usage:'Huiseigenaar' wordt vaak gebruikt in de context van verhuur, onderhoud en verkoop van woningen. Het woord kan zowel verwijzen naar iemand die zijn eigen huis bezit als naar iemand die meerdere huizen bezit en verhuurt.
- countability:'Huiseigenaar' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'één huiseigenaar', 'twee huiseigenaren', enzovoort.
- register:In informele gesprekken wordt soms het woord 'huisbaas' gebruikt in plaats van 'huiseigenaar', vooral als het gaat om de relatie tussen verhuurder en huurder. 'Huisbaas' kan echter een negatieve bijklank hebben.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.