(Praten over wonen, gezin of statistieken)
Ons huishouden bestaat uit vier personen.
In Nederland zijn er steeds meer huishoudens met één persoon.
Volgens de cijfers heeft ieder huishouden gemiddeld twee kinderen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Praten over koken, schoonmaken en boodschappen)
Mijn moeder doet het hele huishouden alleen.
Hij helpt nooit mee in het huishouden.
Hij heeft een hekel aan het huishouden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.