🇬🇧

Jammeren

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'jammeren' drukt vaak een negatieve of klaaglijke houding uit. Het wordt meestal gebruikt om te verwijzen naar iemand die zich op een overdreven manier beklaagt, vaak zonder actie te ondernemen om het probleem op te lossen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik jammer nooit over dingen die ik niet kan veranderen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele dag gejammerd over zijn slechte cijfer.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Jammer niet en begin gewoon aan je huiswerk!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij jammerde gisteren over haar verloren sleutels.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.