Jammeren
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'jammeren' drukt vaak een negatieve of klaaglijke houding uit. Het wordt meestal gebruikt om te verwijzen naar iemand die zich op een overdreven manier beklaagt, vaak zonder actie te ondernemen om het probleem op te lossen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik jammer nooit over dingen die ik niet kan veranderen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele dag gejammerd over zijn slechte cijfer.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Jammer niet en begin gewoon aan je huiswerk!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij jammerde gisteren over haar verloren sleutels.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.