(Iemand bevestigt iets met overtuiging.)
Heb je het echt zelf gemaakt? Jazeker, helemaal alleen!
Ben je morgen op het feest? Jazeker, ik kom zeker.
Jazeker, dat klopt helemaal.
Wist jij dat al? Jazeker, ik hoorde het gisteren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Een verkoper of medewerker antwoordt beleefd op een vraag.)
Heeft u dit ook in een andere maat? Jazeker, mevrouw, ik haal hem even.
Kan ik hier pinnen? Jazeker, geen probleem.
Kunt u de factuur per e-mail sturen? Jazeker, dat doe ik vandaag nog.
Mag ik even binnenkomen? Jazeker, komt u verder.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.