Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'jeuken' beschrijft een vervelende sensatie op de huid.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik
wij / we, jullie, zij / ze
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'jeuken' beschrijft een vervelende sensatie op de huid.
ik
jij / je, u
wij / we, jullie, zij / ze
ik
wij / we, jullie, zij / ze