NEDERLANDS
🇬🇧

Kalender

deCommon nounA1

Singular forms

Het woord 'kalender' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één kalender hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb een kalender gekocht.'

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

Het meervoud 'kalenders' gebruik je als je het over meerdere kalenders hebt. Bijvoorbeeld: 'Er zijn veel verschillende kalenders te koop.'

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het kalendertje wordt vaak gebruikt om iets schattigs of kleins aan te duiden, zoals een kleine agenda of een miniatuur kalender.

informeel

Common compounds

  • wandkalender

    een kalender die aan de muur hangt

  • zakkalender

    een kleine kalender die in je zak past

  • schoolkalender

    een kalender met schoolgerelateerde data en vakanties

  • adventskalender

    een kalender die gebruikt wordt in de adventsperiode, vaak met kleine cadeautjes of chocolaatjes

Common word combinations

  • afspraak

    Kalenders worden vaak gebruikt om afspraken in te plannen.

  • datum

    Een kalender helpt om de datum bij te houden.

  • plannen

    Kalenders worden gebruikt om activiteiten en gebeurtenissen te plannen.

  • bladzijde

    Een kalender bestaat vaak uit meerdere bladzijden voor elke maand.

Important notes

  • usage:Kalenders kunnen zowel fysiek (papieren kalenders) als digitaal (bijv. op je telefoon of computer) zijn.
  • countability:'Kalender' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken over 'een kalender', 'twee kalenders', enzovoorts.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.